In dit artikel blikken Jaimy Nijnens en Thijs van Bemmel terug op de ontwikkeling van DigiC en kijken zij vooruit. Over pionieren en opschalen, ketensamenwerking en over de rol die DigiC de komende jaren wil spelen.
Van marktverkenning naar innovatieprogramma
De basis van DigiC ligt in een marktverkenning van ROM Utrecht Region en Route Circulair. Centraal stond de vraag welke bedrijven actief zijn in de regio en hoe zij ondersteund kunnen worden in de transitie naar een circulaire bouweconomie. Daarbij werd al snel duidelijk dat juist de bouwsector voor een grote uitdaging staat, maar ook veel kansen biedt op het gebied van circulariteit en innovatie.
Onder leiding van Irene ten Dam ontstond een belangrijke conclusie: zonder digitalisering is circulair bouwen niet schaalbaar. Veel oplossingen bestaan al, maar lopen vast doordat processen versnipperd zijn en samenwerking ingewikkeld blijft. Vanuit dat inzicht groeide DigiC uit van een verkenning naar een concreet programma. Jaimy Nijnens en Guido Braam waren vanaf het begin betrokken bij het door ontwikkelen van deze inzichten tot de publiek-private samenwerking die DigiC vandaag de dag is.
“We zagen dat de regio Utrecht veel ICT- en geodatabedrijven kent. Door die te verbinden aan de bouwsector ontstaat ruimte voor versnelling richting een circulaire bouweconomie.” DigiC werd opgezet als een doe-programma, met concrete innovatieprojecten en langdurige publiek-private samenwerking.
Die praktische insteek bleek cruciaal. De bouwsector vraagt om helderheid en toepasbaarheid. “Bouwers prikken snel door abstracte verhalen heen. Je moet scherp zijn op je doelen en belangen en wat het oplevert.” Juist door te werken aan grootschalige innovatieprojecten met opschalingspotentie wist DigiC bedrijven aan zich te binden.
“Circulariteit is dan geen idealisme, maar een strategische keuze om relevant te blijven.”
Ondernemerschap in de circulaire bouw
De bouwsector heeft de naam een conservatieve sector te zijn. Volgens Jaimy zit er in deze impactvolle sector echter meer ondernemerschap dan vaak wordt gedacht. Met name innovatieve mkb-bedrijven en familiebedrijven durven risico’s te nemen en kijken naar de lange termijn. Dat maakt hen interessant voor circulaire innovatie.
Die observatie herkent Thijs van Bemmel, die in juli 2025 is gestart als programmamanager bij DigiC. Vanuit eerdere ervaringen met circulaire programma’s ziet hij sterke parallellen. “Bij familiebedrijven speelt eigenaarschap een grote rol. Ze zijn niet alleen verantwoordelijk voor winst, maar ook voor mensen, fabrieken en de toekomst van het bedrijf. Circulariteit is dan geen idealisme, maar een strategische keuze om relevant te blijven.”
De kracht van ketensamenwerking en digitalisering
Wat Thijs in zijn eerste maanden bij DigiC vooral opvalt, is hoe sterk alles met elkaar samenhangt. Digitalisering, circulariteit en opschaling werken alleen als de hele keten meebeweegt. “Veel digitale documenten die tijdens het ontwerpproces worden ontwikkeld verdwijnen na oplevering van een gebouw nog te vaak in een la. De echte waarde ontstaat pas als ontwerp, bouw, gebruik en hergebruik met elkaar verbonden zijn.”
Dat vraagt om meer dan losse innovaties. Volgens Thijs ligt hier er belangrijke opdracht voor DigiC in het bundelen van oplossingen tot een samenhangend aanbod. “De vraagkant, zoals gemeenten en woningcorporaties, wil geen losse projecten maar overzicht. Als je de hele keten kunt presenteren als één oplossing, wordt het gesprek concreet en ontstaat er ruimte voor echte opschaling.”
“We zijn begonnen door gewoon te doen en projecten op te zetten. Halverwege realiseerden we ons dat juist de combinatie van circulariteit en digitalisering zorgt voor schaal, betaalbaarheid en snelheid.”
Van doen naar richting geven
Terugkijkend ziet Jaimy hoe DigiC zich gaandeweg heeft aangescherpt. “We zijn begonnen door gewoon te doen en projecten op te zetten. Halverwege realiseerden we ons dat juist de combinatie van circulariteit en digitalisering zorgt voor schaal, betaalbaarheid en snelheid.” Die inzichten leidden tot scherpere actielijnen en een sterker netwerk.
Nu Jaimy zich richt op de opschaling van DigiC naar Noord-Holland en Flevoland, en Thijs het programmamanagement overneemt, breekt een nieuwe fase aan. Opschaling betekent volgens beiden niet kopiëren, maar verbinden. “De bouwsector is niet regionaal,” zegt Thijs. “Innovaties uit verschillende regio’s kunnen elkaar versterken. Door regionaal te leren en landelijk samen te werken, vergroot je de impact.”
Een groeiende rol voor DigiC
Met de groei van het netwerk verandert ook de rol van DigiC. Naast aanjager en verbinder ontstaat ruimte voor een meer agenderende positie. Een plek waar niet alleen urgente vragen landen, maar ook de belangrijke thema’s die anders blijven liggen.
“We hebben inmiddels genoeg ervaring, projecten en draagvlak om die rol te pakken,” aldus Thijs. “Dat vraagt wel dat we blijven luisteren naar onze leden en blijven toetsen in de praktijk.”
Klaar voor de volgende stap
De rode draad is duidelijk. DigiC blijft een programma van doen, leren en opschalen. Met ruimte voor nieuwe perspectieven, stevige innovatieprojecten en samenwerking over regio’s heen. Jaimy en Thijs vullen elkaar daarin aan. De één met het vermogen om snel te schakelen en kansen te verzilveren, de ander met een systemische blik op impact en lange termijn.
Samen bouwen zij verder aan een programma dat klaar is voor de volgende stap in de circulaire en digitale bouweconomie.
Doe mee met DigiC
Wil jij met jouw organisatie bijdragen aan het versnellen van circulair bouwen door digitalisering? Sluit je aan bij DigiC en werk samen met andere koplopers aan concrete innovatieprojecten.